Directeur Marieke Kolsteeg van Hef Wonen verdient niét het maximale topinkomen, wat - zoals ze zich al sinds een jaar of tien noemen - voorzitters van de Raad van Bestuur van een woningcorporatie mogen ontvangen. Kolsteeg doet het voor 95 procent van dat maximum.
Dat zij met 5 procent minder genoegen neemt, blijkt uit de jaarrekening 2025 van Hef Wonen.
Al haar collega-topfunctionarissen van de andere drie grote Rotterdamse corporaties - Woonstad Rotterdam, Havensteder en Woonbron - pakken daarentegen het volle pond. Maar de topvrouw van Hef Wonen zit daar dus iets onder.
Waarom is dat zo?
Nergens staat dat Kolsteeg een zwak functionerende corporatiebazin zou zijn, die de ene blunder aan de ander rijgt. Is ook niet zo. Meer voor de hand ligt dat Hef Wonen een signaal wil afgeven, dat de beloning van corporatiedirecteuren in Nederland eigenlijk een beetje te hoog is. Hef Wonen, van wie de Raad van Commissarissen óók 5 procent minder ontvangt, manifesteert zich zodoende als een soort Robin Hood van de volkshuisvesting. Zij het op redelijk beperkte wijze.
Is anno 2026 die RobinHoodachtige korting nog steeds van toepassing is bij Hef Wonen, dan is het salaris inclusief toeslagen van Kolsteeg dit jaar ruim 14.500 euro lager dan dat van onder meer Mohamed el Achkar van Woonstad, Hedy van den Berk van Havensteder en Richard Sitton van Woonbron. Toch een behoorlijk verschil.
Vragen stellen bij de afdeling perswoordvoering van Hef Wonen over de 'genereuze onderbetaling' van Kolsteeg heeft weinig resultaat. De reactie luidt: "Het is voor ons niet duidelijk wat de aanleiding of het doel is van je vragen. We kiezen ervoor niet inhoudelijk te reageren".
In mei 2027 zal bij het verschijnen van de jaarrekening 2026 van Hef Wonen ontdekt kunnen worden of Kolsteeg inderdaad op die 95 procent van het maximum van 262.000 euro exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering is blijven steken.
Volgens Westlander Arie Dijkhuizen, die veertig jaar lang werkzaam is geweest in de volkshuisvesting, is het bovenstaande bericht ‘gezeik, waarmee de schrijver nu maar eens moet ophouden’. Dijkhuizen liet dat weten in een door hem geplaatste maar in allerijl ook weer verwijderde reactie op LinkedIn.